Hoe vlieg ik de Robinson R22B

Door Rijk Ploeg ©1994-2007

Het 90° Circuit

90° Circuit

Het 90° Circuit

In Nederland dienen helikopters via dezelfde route als vleugel vliegtuigen een vliegveld te naderen. Eigenlijk is dat jammer en in veel gevallen voor een helikopter niet nodig. Maar een regel is een regel ……

Om het vliegen te kunnen leren moeten vele starts en landingen geoefend worden. Vaak is het daarom rondom vliegvelden extra druk met luchtverkeer. Het rondje dat gevlogen wordt om een start en vervolgens een landing te kunnen oefenen is eigenlijk geen rondje maar een rechthoek. Ieder stuk van deze gevlogen rechthoek heeft een naam. Hiervoor worden Engelse termen gebruikt. Het gedeelte direct na vertrek (achter de startbaan) heet de upwind leg. Daarna wordt een bocht gemaakt naar de crosswind leg. Vervolgens wordt een bocht gemaakt naar de downwind leg (dit gedeelte loopt parallel aan de starbaan). Op de downwind leg voert iedere vlieger de laatste controles op alle functies uit. Weer een bocht later komen we op de base leg. De laatste bocht waarmee recht voor het landingspunt komen noemen we de final leg.

Vanwege de drukte rondom vliegvelden is het dus extra oppassen geblazen. Iedereen vliegt hetzelfde "rondje"; daarbij is het verplicht dat iedereen dezelfde hoogte van 700 ft (210 meter) boven het terrein vliegt.

Starts en landingen worden zo veel mogelijk tegen de wind in gedaan. Toch is het niet altijd mogelijk recht in de wind te starten en te landen. Vooral bij vleugelvliegtuigen is een landing met veel zijwind en grote windvlagen zeer lastig. Bij een helikopter is dit eenvoudiger. Bovendien is een helikopter niet afhankelijk van de baan als smalle landingsstrook. Bij zijwind is de noodzaak om op te sturen onvermijdelijk. Opsturen is het gedeeltelijk tegen de (lucht) stroom in sturen. Het is te vergelijken met het recht overzwemmen van een snel stromende rivier. Ook daarbij moet schuin tegen de stroom in gezwommen worden.

volgende pagina volgende pagina