Hoe vlieg ik de Robinson R22B

Door Rijk Ploeg ©1994-2007

Klimmen glijden en dalen

Klimmen glijden en dalen

Klimmen

Een klimvlucht met een helikopter wordt verkregen door de snelheid van het toestel door middel van een hogere neusstand terug te nemen en het (lift) vermogen te handhaven. Door het terugnemen van de snelheid terwijl het vermogen hetzelfde blijft komt extra vermogen om te klimmen beschikbaar.

Dalen en glijden

Een daalvlucht wordt ingezet door bij een gelijkblijvende snelheid het vermogen terug te nemen. Minder vermogen betekent minder lift hetgeen een daling tot gevolg heeft. Ondanks dat een helikopter verticaal kan dalen wordt deze beweging niet vaak gemaakt. Dit heeft te maken met het kunnen maken van een noodlanding wanneer de motor uitvalt. Voor het veilig kunnen uitvoeren van een noodlanding is een voorwaartse snelheid nodig. Meer informatie hierover is te vinden onder punt 7, de oefen autorotatie.

Een glijvlucht is vergelijkbaar met een daalvlucht doch hierbij wordt de snelheid verder teruggenomen door een hogere neusstand (met de cyclic). Om een landing in te zetten wordt eerst een glijvlucht ingezet. Bij een hoogte van ongeveer 200 ft (60 meter) wordt begonnen de snelheid door een hogere neusstand langzaam te reduceren tot nul vlak bij de grond. De afname van snelheid betekent meer beschikbaar vermogen. Om te blijven dalen dient dus het vermogen eveneens langzaam gereduceerd te worden. Enkele meters boven het oppervlak moet vervolgens meer vermogen gegeven te worden om de daalbeweging te stoppen. Daarna hoveren we weer op circa 1 meter boven de grond.

volgende pagina volgende pagina