Door Rijk Ploeg ©1994-2007
Het oppakken van de helikopter is nodig om er mee te kunnen vliegen. Vaak is de plaats waar het toestel gestaan heeft niet de plaats waarvan vertrokken kan worden en moet al taxieend naar de plaats van vertrek gevlogen worden. Meer informatie hierover onder punt 2, hover, hoverturn en taxivlucht.
Met de collective wordt langzaam het (lift) vermogen opgevoerd zodat de helikopter licht begint te worden. Als de helikopter licht is moet er bijzonder voorzichtig mee omgegaan worden. Zij of achterwaartse bewegingen kunnen er toe leiden dat het toestel om valt. Deze bewegingen worden met de cyclic gecorrigeerd. Tegelijkertijd dienen ook bewegingen van de staart door verschillen in het vermogen met voeten gecompenseerd te worden. De helikopter heeft de neiging om tegen de draairichting van het rotorsysteem in te draaien. Voordat er gevlogen gaat worden is het daarom handig te weten of het om een links of rechtsdraaiend rotorsysteem gaat. Corrigeren met de verkeerde voet kan anders leiden tot een snelle verkenning van de omgeving in de vorm van het ronddraaien van het toestel.